Baskenland – Bilbao en San Sebastian

Omdat onze kinderen maar liefst DRIE WEKEN meivakantie hadden dit jaar, besloten we van de nood een deugd te maken en met ze te gaan roadtrippen naar Frans én Spaans Baskenland.

Frans Baskenland bewaar ik voor een andere keer: het is er prachtig en absoluut de moeite om te bezoeken. Voor nu: Bilbao en San Sebastian.

Bilbao en San Sebastian

Deze twee steden liggen op slechts een uurtje rijden van elkaar en zijn allebei totaal verschillend én heerlijk. Omdat ze zo dicht bij elkaar liggen, zijn ze heel goed te combineren. Dat is maar goed ook, want ik kan niet kiezen welke van de twee het fijnst is, omdat ze totaal verschillend zijn.

San Sebastian – eigenlijk Donostia, in het Baskisch – is van oudsher een vissersstad én een badplaats voor rijke Spanjaarden. Dat merk je: overdag heerst er een chille strandvibe en liggen zelfs de locals bij 15 graden in zee, ’s avonds moet je invechten bij de pintxosbars.

Bilbao daarentegen is de stad waar het geld verdiend wordt, waar de ene grote bank naast de volgende staat, je overheidsgebouwen vindt en de grote warenhuizen aan klassieke boulevards. Overal zijn parken en de sfeer bij het eten is een stuk relaxter. Bilbao is echt een slenterstad.

Tussen Donostia en Bilbao

Onderweg van de één naar de ander kun je via Guernica/Gernika reizen, maar wij gingen naar Orio, voor de beste vis van ons leven bij Bodegon Joxe Mari. Ik zeg het er eerlijk bij, het adres kenden we van Somebody feed Phil, dus na zijn aflevering over Amsterdam waren we huiverig, maar het was echt fenomenaal. Die krankzinnig goede vis, de mindblowing paprika’s en de ontzettend lieve mensen maakten dit tot één van de beste lunches ooit.

Overigens had ik onderweg ook graag naar Asador Etxebarri gewild, maar daar zijn kinderen onder de 12 niet welkom dus dat schoot niet op.

Hoogtepunten Donostia/San Sebastian

Naar Donostia ga je wat mij betreft in de eerste plaats voor het eten, maar er is gelukkig nog meer te doen. Prachtige kerken, een fijne boulevard en een mooi oud centrum.

Sla ook zeker het beeldschone strand niet over. De playa de la Concha/Kontxa hondartza ligt in het centrum en is eigenlijk altijd dichtbij. Zwemmen, zeekajakken, suppen, het kan allemaal. Onder arcades van de boulevard kun je als je wilt gear huren.

Regent het? Aan de haven staat een GEWELDIG zee-aquarium (ook deze Blijdorpgangers waren onder de indruk), met daarbij in een museum over de lokale scheepvaart. Leerzaam en leuk dus.

Iets buiten de stad staat het leukste wetenschapsmuseum waar we ooit geweest zijn: Eureka! Alles is om aan te raken en te proberen, overal is iets te doen en ook buiten kun je proefjes doen. Een aanrader!

Eten in Donostia/San Sebastian

Maak je borst maar nat voor werkelijke krankzinnig goed eten. San Sebastian telt de meeste Michelinsterren per hoofd van de bevolking ter wereld, en dat merk je overal! De lat voor eten ligt gewoon heel. erg. hoog.

Daar komt bij dat voor de deur de lekkerste zeebeesten worden gevangen, dus alles is verser dan vers. Dat zorgt bovendien voor de allerfijnste keuzes op de menukaart: wil je je ansjovis liever uit Getaria of uit Sanlucar?

De eerste dag gingen we naar Bar Txepetxa, op aanraden van een vriendin wier schoonfamilie bevriend is met de eigenaar. Superleuk, want txepexta is de geboortegrond van een aantal serieus originele smaakcombinaties, zoals de pintxo met boquerones (ansjovis in azijn) met bosvruchtenjam (en ja, dat werkt!) en de Gilda: een spiesje met ansjovis, olijven en ingelegde groene pepertjes dat je overal in Spaans Baskenland vindt.

Bar la Espiga is de plek waar we de beste ansjovis aller tijden proefden: die uit Getaria. Boquerones met lichte olie en chilivlokken. Verder niks, en toch waanzinnig.

Daar tegenover vind je New Sansse, waar je ook echt fantastisch eet: sommige pintxos hier zijn echte kunstwerken, zoals de “zeilboot” met tonijnsalade, ei en jamón.

Ook bij Casa Urola zijn de smaken mega verrassend, zoals de coquille met ajo blanco en de gegrilde foie met klassieke Spaanse bonenstoof. We werden hier echt van onze sokken geblazen.

Uiteraard vind je ook overal basque cheesecake, die in Baskenland veel minder zwart is dan in Nederland, en waarvan het midden daardoor nog lekker vloeibaar is. De lekkerste vonden wij die bij La Zaragozana en bij Hotel Londres. Sla trouwens ook zeker de pastel vasco niet over: knapperig deeg, gevuld met romige vanillecrème. De lekkerste vonden wij die van

Hoogtepunten Bilbao

Bilbao stond al jaren op mijn verlanglijst, vanwege het Guggenheim en de pintxos. Dat bleek terecht, want beide zijn fantastisch.

Toen we ooit in New York waren, hebben we het Guggenheim overgeslagen en daar heb ik nog steeds spijt van, dus des te meer om er in Bilbao wél heen te gaan. Je hoeft ook zeker geen liefhebber van moderne kunst te zijn om te gaan: laat je verwonderen!

Zo had ik van tevoren nooit verwacht dat mijn kinderen de meeste lol zouden beleven aan de blok marmer, noch dat we collectief de geweven kleden van de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Igshaan Adams het mooist zouden vinden. Ik bedoel maar.

Dat gezegd hebbend: buiten is er ook genoeg te zien. Niet alleen het gebouw is prachtig en vol grappige details, ook vind je rondom het museum een aantal gigantische werken. Puppy is het enige kunstwerk dat ik ken dat lekker ruikt, dus bonuspunten daarvoor.

Natuurlijk is er nog veel meer te beleven, maar dat hoeft allemaal niet, want zoals gezegd, Bilbao is een slenterstad. Wil je wel actie, dan zijn de kabelbaan, de Bilboat (onze zesjarige blééf hier zowat in) en Casco Viejo leuk, maar zonder die drie hadden wij ook een heerlijke trip. Dat wil zeggen, we zijn wel heel even Casco Viejo in geweest, maar waren not impressed: Abando en Indautxu zijn veel leuker.

Eten in Bilbao

Ook hier natuurlijk pintxos! Onze favoriete plek hiervoor was Teike Enea, met geweldige barmensen, een enorme selectie tortilla’s (neem de kaas-truffel!), een uitgebreide wijnkaart en geweldige mini hamburgers.

Café Iruña is beroemd en bleek naast ons hotel te zitten, maar wij vonden het er minder leuk dan bij Teike. Dat gezegd hebbend, de pintxo moruno (lamsspies) is terecht heel beroemd en de broodjes ham waren de beste die wij hebben geproefd.

De lekkerste sit down maaltijden aten wij bij Fino en Eltreze. Bij die laatste kun je ook heerlijk ontbijten, net zoals bij Cinnamon (let op: hier kun je niet pinnen).

Het weer in Baskenland

Omdat Baskenland de “oksel” van Frankrijk en Spanje vormt en het weer vanaf de Atlantische Oceaan komt, kan het behoorlijk veranderen. In Spaans Baskenland wordt de regen bovendien tegen de bergen aan geblazen, dus die kan best lang blijven hangen.

Wij waren er begin mei, en waren voorbereid op kou en regen. Dat was maar goed ook, want zeker de helft van de tijd dat we er waren, was het 15 graden en nat. Tegelijkertijd hebben we ook heerlijk op het strand gezeten en in zee gezwommen en in de zon in het park gezeten. Een week nadat we er waren, was het In Spaans Baskenland bovendien 38 (!) graden. Minimalistisch inpakken is dus niet aan te raden!

Slapen in Baskenland

Kort en krachtig: de hotels waren hier best wel prijzig. In Donostia sliepen we prima in Hostal Alemana, op steenworp afstand van het strand. Verouderd en een beetje gehorig, maar wel brandschoon en met de liefste mensen achter de receptie.

In Bilbao sliepen we in de parel van de hele roadtrip: Batimont Suites. Splinternieuw, superluxe, mét garage en áán de Jardines de Albia, en daarmee boven Eltreze en naast Café Iruña.

Hoe kom je er?

Wij waren met de auto in Baskenland, maar je kunt ook vliegen naar Bilbao. Tussen Donostia en Bilbao is een snelle busverbinding.

Lees Interacties

Laat hier weten wat je er van vindt